De stedelijke regio's

Ook steden en provincies investeren in cultuur. Zij bieden ruimte aan nieuwe generaties door werkplaatsen en ateliers beschikbaar te stellen en hebben zicht op de lokale en regionale culturele infrastructuur. De samenwerking tussen rijk en regio is dan ook belangrijk.

In aanloop naar de cultuurperiode 2021-2024 zijn op initiatief van steden en provincies 15 stedelijke regio’s gevormd. Zij hebben profielen opgesteld over hun ambities voor het cultuurbeleid in de eigen regio. De minister heeft deze profielen gebruikt bij het vormgeven van het cultuurbeleid voor de periode 2021-2024.

In aanloop naar de periode 2021-2024 werken het rijk en de stedelijke regio’s al samen aan hun culturele ambities binnen de proeftuinen. Deze proeftuinen komen voort uit de profielen en zijn bedoeld om culturele vernieuwing in de regio te stimuleren.

In de periode 2021-2024 wordt deze samenwerking voortgezet. Het Rijk en de stedelijke regio’s werken momenteel samen de matchingsregeling voor vernieuwing uit. Zo worden ook initiatieven mogelijk die nog niet rijp genoeg zijn voor financiering via de basisinfrastructuur of via de zes cultuurfondsen.
 

Spreiding

De minister hecht bij de subsidiëring van instellingen in de BIS aan een goede spreiding over het land. Het is daarbij van belang dat instellingen in de BIS niet alleen een landelijke functie hebben maar ook in hun eigen stedelijke regio een belangrijke rol spelen. De minister heeft de Raad voor Cultuur gevraagd hierop te letten bij de beoordeling van de aanvragen voor de BIS 2021-2024. De stedelijke regio’s zullen de Raad voor Cultuur een reflectie meegeven op de aanvragen uit hun eigen regio. Daarbij zullen zij ingaan op de betekenis van de aanvragende instelling voor hun regionale culturele infrastructuur en de ambities uit het profiel. 

Kaart van Nederland met de locatie van de vijftien regionale proeftuinen