Hoe ziet het reflectiemoment van de stedelijke regio’s er uit?

Als onderdeel van de samenwerking tussen het Rijk en stedelijke cultuurregio's heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de bestuurders van de stedelijke regio’s uitgenodigd om te reflecteren op de aanvragen voor de landelijke basisinfrastructuur 2021-2024 uit hun regio. 

De stedelijke regio’s ontvangen, indien de instelling daartoe toestemming heeft gegeven, de activiteitenplannen van de instellingen uit hun regio. De reflectie vindt plaats in de vorm van een brief aan de minister. In deze brief wordt gereflecteerd op de positie van de aanvrager in de regio en de aansluiting van de aanvraag op het regioprofiel en ambities in de regio.

Om de Raad voor Cultuur te kunnen voeden met informatie over regionale inbedding kunnen behalve regioprofielen ook andere relevante bronnen worden gebruikt zoals visitaties, (lokale) sectoranalyses, (deel) cultuurbeleid op lokaal, provinciaal of regionaal niveau mits het perspectief van de stedelijke cultuurregio als geheel leidend is.

De reflectie moet uiterlijk op 15 maart 2020 door de minister zijn ontvangen. De minister stuurt de reflecties aan de Raad voor Cultuur met het verzoek de reflecties te betrekken bij de beoordeling van de aanvragen. Vanaf dat moment zijn de reflecties openbaar.  

De Raad voor Cultuur weegt de reflectie van de stedelijke regio mee in zijn oordeel over het criterium geografische spreiding, zoals beschreven in het beoordelingskader. Ook de aanvragers zelf dienen in hun aanvraag in te gaan op hun binding met de stedelijke regio waarbinnen zij gevestigd zijn. Dit betreft de worteling van de instelling in de eigen stad en regio, maar gaat ook over de samenwerkingsverbanden van deze instelling met andere culturele of maatschappelijke organisaties in deze regio.

De reflectie van de stedelijke regio betreft geen beoordeling of advies vanuit de regio. Ook geeft deze geen garantie op subsidie. De Raad voor Cultuur weegt alle vijf criteria uit de regeling tegen elkaar af en komt zo tot een advies aan de minister. Het advies van de Raad voor Cultuur wordt op 4 juni gepubliceerd. 

Iedere regio is verantwoordelijk voor het eigen proces. Eventuele vragen over de reflectie van de regio kunnen aan de desbetreffende contactpersoon binnen de regio worden gesteld.