Het visitatierapport van de zes rijkscultuurfondsen is vanmorgen overhandigd aan Youssef Louakili, directeur-generaal Cultuur en Media van het ministerie van OCW.
De visitatie is in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en is uitgevoerd door een onafhankelijke visitatiecommissie. Gekeken is naar de manier waarop de rijkscultuurfondsen hun functie en taken vervullen in de periode 2023-2025. De commissie is positief en waardeert onder andere de grote betrokkenheid van de fondsen bij de sectoren die zij bedienen.
De zes rijkscultuurfondsen zijn: Fonds voor Cultuurparticipatie, Fonds Podiumkunsten, Mondriaan Fonds, Nederlands Filmfonds, Nederlands Letterenfonds en Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. De rijkscultuurfondsen worden standaard elke beleidsperiode gevisiteerd.

Conclusie visitatiecommissie
De commissie benoemt de toewijding en professionaliteit van de fondsen en de betrokkenheid en kennis van de medewerkers. De commissie heeft waardering voor hoe de fondsen de sectorcodes implementeren en de organisatieontwikkelingen die veel fondsen hebben doorgemaakt.
In het rapport staan aanbevelingen ter verbetering en versterking van de organisatie van de fondsen, de samenwerking tussen de fondsen onderling en de sturingsrelatie met OCW.
Commissie
De visitatiecommissie stond onder leiding van Inge Brakman (voorzitter) en bestond verder uit: Farid Tabarki, Irene Costera Meijer, Werner Schouten, Ann Overberg en Maike Olij.
De commissie werkte volgens een door het ministerie van OCW opgesteld protocol en evalueerde zowel de kwaliteit van uitvoering als de strategische beleidsvoorbereiding.
Reguliere visitatie
Volgens de Kaderwet (art. 39) dienen zelfstandige bestuursorganen (zbo’s) verantwoording af te leggen over de doelmatig- en doeltreffendheid van hun functioneren. De zes rijkscultuurfondsen zijn zbo’s, zij worden daarom elke beleidsperiode gevisiteerd.