Naar de navigatie

Specifieke veelgestelde vragen aanvraagprocedure musea

Welk normbedrag moet een individueel museum aanhouden bij het opstellen van de begroting die hoort bij desubsidieaanvraag?
Het normbedrag voor de museumsector in totaal ligt op € 142 mln. Per individueel museum is geen normbedrag vastgesteld in de Subsidieregeling culturele basisinfrastructuur 2013 – 2016 (hierna: regeling). Uit de hoofdlijnenbrief 'Meer dan kwaliteit: een nieuwe visie op cultuurbeleid' (hierna: hoofdlijnenbrief) volgt dat voor een museum voor de fotografie een budget is gereserveerd van ongeveer € 1,2 mln. Voor een museum voor journalistiek is € 0,3 mln genoemd en voor een museum voor literair erfgoed is ruim € 2,6 mln beschikbaar.

In de regeling is aangegeven dat voor de musea geldt dat geen instelling meer subsidie kan ontvangen dan aan de instelling als vierjaarlijkse instellingssubsidie is verleend in de subsidieperiode 2009 – 2012 onder toepassing van het kortingspercentage over 2012. Uitzondering hierop zijn de instellingen waarvan het wenselijk wordt geacht dat zij bepaalde nieuwe activiteiten gaan ontplooien. Deze zijn genoemd in de hoofdlijnenbrief.

Bij het ontbreken van normbedragen kunnen musea bij het opstellen van hun begroting uitgaan van een richtbedrag teneinde de aanvragen beter onderling te kunnen vergelijken. Het richtbedrag dat het uitgangspunt vormt van het financiële deel van de subsidieaanvraag bestaat uit de structurele OCW-subsidie in het jaar 2010 (inclusief de prijspeilcompensatie van dat jaar), waarbij het exploitatiedeel van de subsidie wordt verminderd met een korting van 5%.
Let wel: het richtbedrag is voor de instelling een hulpmiddel om de begroting in te richten. Het geeft geen indicatie op het te verlenen subsidiebedrag 2013-2016. Het richtbedrag is daarnaast een maximumbedrag. Een hoger bedrag aanvragen is zinvol wanneer de instelling behoort tot de groep instellingen waarvan het wenselijk wordt geacht dat zij bepaalde nieuwe activiteiten gaan ontplooien zoals in de hoofdlijnenbrief genoemd.

Waarom telt ook het visitatierapport mee bij de beoordeling van de Raad voor Cultuur? Bij de visitatie zelf werd nog gezegd dat het resultaat op geen enkele manier invloed zou uitoefenen op het beleid ten aanzien van de gevisiteerde instelling.
Ten tijde van de visitaties gold de procedure voor aangewezen instellingen. De Raad voor Cultuur sprak daarover geen instellingsadvies uit. Inmiddels geldt een nieuwe procedure, waarbij alle aanvragen aan de Raad voor Cultuur worden voorgelegd. De Raad heeft verklaard dat alle beschikbare informatie over een instelling wordt meegewogen door de Raad om tot een zo goed mogelijk advies te komen, dus ook de visitatierapporten.

Kan een instelling die in de huidige subsidieperiode een jaarlijkse subsidie ontvangt, een subsidieaanvraag doen voor de volgende vierjaarlijkse subsidieperiode?
Dit is in principe mogelijk. De instelling dient echter wel realistisch te zijn in de verwachtingen, mede in het licht van de eigen inkomsteneisen en de overige criteria, zoals beheer van een collectie die van nationaal belang is.

Wij gaan mogelijk pas na de komende subsidieperiode fuseren. Moet dat toch al in de aanvraag terugkomen?
Meld uw voornemen in uw activiteitenplan, indien relevant. In het eerste deel van de aanvraagmodule hoeft u echter niet aan te geven dat u gaat fuseren. Die vraag heeft namelijk betrekking op de komende subsidieperiode, niet op de periode daarna.

Mag ik onder meerdere artikelen uit de regeling een subsidieaanvraag doen?
Dat is in principe toegestaan, maar er wordt maar op één artikel subsidie gegeven. Wees ook realistisch in uw verwachtingen.

Mijn instelling was in 2010 gesloten. Daardoor halen we mogelijk de eigen inkomstennorm niet. Is dat van invloed op mijn aanvraag?
Als u de eigeninkomstennorm niet haalt komt u in beginsel niet in aanmerking voor subsidie, maar alle aanvragen, ook die van instellingen die de norm niet gehaald hebben, worden ter advies voorgelegd aan de Raad voor Cultuur.
Musea, die op grond van een beheersovereenkomst een rijkscollectie beheren en niet aan de eigen inkomstennorm voldoen, ontvangen alleen nog subsidie voor beheer en behoud van de collectie, niet meer voor de publieksfunctie.

Hoe werkt ranking?
Bij het toekennen van subsidie wordt onderscheid gemaakt tussen instellingen die een beheersovereenkomst hebben met het Rijk en instellingen die dat niet hebben. Instellingen met een beheersovereenkomst hebben voorrang, omdat zij de opdracht hebben collectie van het Rijk te beheren. Het is in theorie mogelijk dat een instelling zonder beheersovereenkomst hoger in de ranking komt te staan dan een instelling met beheersovereenkomst. Maar het is de Raad voor Cultuur die de ranking maakt. OCW doet daar verder geen uitspraken over.

Krijgen de musea met een wetenschappelijke functie extra middelen?
In de periode 2013-2016 wordt het aantal musea dat subsidie ontvangt voor het uitvoeren van een wetenschappelijke musea beperkt. De musea van wie die functie gesubsidieerd blijft krijgen t.o.v. de huidige subsidieperiode geen extra middelen. Musea van wie die functie niet langer gesubsidieerd blijft ontvangen in beginsel minder subsidie dan in de vorige periode.