Veelgestelde vragen over Jaarverantwoording 2010
Veelgestelde vragen
1. PRESTATIEOVERZICHT
Wordt de prestatieverantwoording (model III van het handboek) als onderdeel van de jaarrekening beschouwd?
De prestatieverantwoording is niet langer onderdeel van de jaarrekening. In plaats van een accountantsverklaring over de prestaties, stelt de accountant een rapport van feitelijke bevindingen op. Daarin geeft hij aan dat het totstandkomingsproces van de prestatiegegevens ordelijk, controleerbaar en deugdelijk is verlopen. In het handboek staan de criteria voor dit rapport opgesomd onder het hoofdje controleprotocol (bladzijde 7).
Wat zijn voorbeelden van educatieve activiteiten?
Onder educatieve activiteiten kunnen worden begrepen activiteiten als voorbereidinglessen in de klas, specifieke op scholieren gerichte workshops of het onder begeleiding laten bijwonen van groepen (leerlingen) van repetities.
2. PRESTATIEOVERZICHT PODIUMKUNSTINSTELLINGEN
In Model III voor de prestatieverantwoording (podiumkunstinstellingen) wordt een onderscheid gemaakt tussen nieuwe producties en reprises.
- Wat is een nieuwe productie?
Een nieuwe productie wordt gedefinieerd als een productie die niet eerder door het betreffende gezelschap in de gekozen samenstelling is uitgebracht, qua repertoire, bezetting, regie of vormgeving.
- Wat is een reprise?
Dit is een herhaling van een productie die in een eerder seizoen door het gezelschap is uitgebracht. Kleine afwijkingen in regie, bezetting of vormgeving daargelaten.
Wat is definitie van eigen regio?
De eigen regio wordt gedefinieerde als het eigen landsdeel.
Er zijn vijf landsdelen:
- Noord (Groningen, Friesland en Drente);
- Oost (Overijssel en Gelderland);
- Zuid (Limburg, Noord Brabant en Zeeland);
- West (Zuid Holland en Noord Holland) en
- Midden (Utrecht en Flevoland).
Wat is een schoolvoorstelling/-concert?
Het handboek definieert een schoolvoorstelling of een schoolconcert als een besloten uitvoering, die specifiek is gericht op scholieren, ongeacht de speellocatie. De uitvoering kan dus zowel op een school als in het theater plaatsvinden.
3. JAARREKENING
Wat gebeurt er met het saldo bestemmingsfonds OCW per 31 december 2008?
De instelling kan het Bestemmingsfonds OCW per 31 december 2008 naar eigen inzicht (zoals bijv. het tempo van aanwending) besteden, zolang dit binnen de doelstelling van de oorspronkelijke instellingssubsidie blijft. Of dit binnen de doelstelling blijft geeft de instelling aan door in de verantwoording inzicht te verschaffen aan welke concrete activiteiten het is besteed (en voor welk bedrag). Dit saldo blijft zichtbaar op de balans in een apart bestemmingsfonds OCW, dus niet de algemene reserve, tot het moment waarop het geheel is uitgeput.
Zijn er specifieke voorschriften voor de berekening van het OCW- deel in het resultaat dat aan het bestemmingsfonds OCW moet worden toegevoegd?
Nee, de specifieke methode voor de berekening van het bestemmingsfonds OCW is per 2009 komen te vervallen. De gekozen methode dient wel van een duidelijke toelichting te worden voorzien.
Hoe wordt het niet gebruikte deel van een projectsubsidie verantwoord?
Het niet bestede deel van een projectsubsidie wordt met ingang van 2009 op de balans opgenomen als vooruit ontvangen subsidie (onder de korte schulden).
4. NEDERLANDS FONDS VOOR DE PODIUMKUNSTEN+
Is het Handboek OCW ook van toepassing op instellingen die door het NFPK+ worden gesubsidieerd?
Het Handboek verantwoording cultuursubsidies instellingen 2009-2012 heeft uitsluitend betrekking op instellingen die rechtstreeks van OCW subsidie ontvangen. Op de instellingen die meerjarige subsidie van het NFPK+ ontvangen is een eigen handboek van het fonds van toepassing (zie hiervoor www.nfpk.nl)
